Afgelopen oktober is de natste maand sinds de start van de neerslagmetingen in 1906, meldt het KNMI in De Bilt. Hoe houdt Amsterdam de voeten droog in een klimaat dat steeds meer extremen in neerslag laat zien? Een grote troef daarbij is Gemaal Zeeburg aan het eind van de Zeeburgerdijk. 

Gemaal Zeeburg bevindt zich ongeveer in mijn ‘achtertuin’ en meestal merk je er helemaal niets van. Het ligt verscholen achter een prachtige groenstrook op de Zeeburgerdijk, met grote bomen zoals beuken, essen,  populieren en wilgen. Het gemaal watert uit op de zogenaamde Voorboezem, en langs de oever horen we af en toe de scherpe roep van de ijsvogel en soms zwemmen er aalscholvers en krooneenden.  
In de nacht van 31 oktober op 1 november hoorden we het gezoem van het gemaal weer eens. Een monotoon, en voor de bewoners daar in de buurt een bekend en dus geruststellend geluid. Het betekent dat de elektrisch aangedreven schroefpompen aanstaan en water uitpompen op de Voorboezem die het water via een sifon richting het IJmeer spuit (hoe precies, daarover later meer). De tweede helft van oktober was dan ook kletsnat en voor de eerste helft van november werd ook veel regen voorspeld gecombineerd met een stevige storm. In dergelijke situaties zien – en horen – we het gemaal zijn werk doen. 
Maar op 2 november in de ochtend bleek er meer aan de hand. Normaal gesproken loost Amsterdam vooral water via het Noordzeekanaal en het spuicomplex bij IJmuiden – het grootste van Europa – op de Noordzee. Maar die ochtend van 2 november liep de waterstand in het Noordzeekanaal en het IJ opeens zo hoog op dat de binnenstad van Amsterdam gevaar liep. Maarten Ouboter, watersysteembeheerder van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, vertelt ons wat er aan de hand was. ‘Er viel veel regen en er was nog meer regen voorspeld en ook de storm Ciarán zorgde voor extra hoogwater voor de kust. Dat betekent dat “IJmuiden” minder lang kan spuien op de Noordzee, en dat er dus meer water achterblijft in het Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal en alles wat daarmee verbonden is, zoals de stadsboezem van Amsterdam. Dinsdag en woensdag begonnen we met het wegpompen van water via Gemaal Zeeburg naar het IJmeer.’ De bemaling had effect, maar toen Ouboter donderdagochtend 2 november naar het waterpeil keek zag hij iets vreemds. De lijn in de grafiek begon opeens omhoog te buigen. Na half zes zag hij het waterpeil zelfs fors oplopen. 
‘Het streefpeil is -40 cm NAP’, vertelt Ouboter, dat wil zeggen: veertig centimeter onder Nieuw Amsterdams Peil, ‘maar om 6.00 uur ’s ochtends stond het al op -24 cm. Als het water hoger dan -20 cm NAP dreigt te komen, is dat het sein om het IJfront van Amsterdam dicht te gooien.’ Ouboter nam geen risico en gaf het sein de veertien sluizen en waterkeringen bij het IJ te sluiten, zodat het waterniveau in de grachten niet verder kon stijgen. Even na 6.00 uur informeerde hij zijn collega’s van het waterschap en in een recordtijd van drie uur hard werken, waren om 9.00 uur alle sluizen en waterkeringen afgesloten. Om het waterpeil in de stad weer op het gewenste niveau te krijgen ging Gemaal Zeeburg vervolgens vol aan de bak.

Gemaal Zeeburg volop aan het bemalen

De zee kwam even op bezoek 

De oorzaak van deze plotselinge stijging van het water werd iets later duidelijk. Ouboter hoorde van zijn collega’s van Rijkswaterstaat dat er een probleem was met de spuikokers in IJmuiden. Die staan bij eb open om overtollig water op zee te spuien maar sluiten zich weer bij vloed. Door een technisch probleem sloten ze niet en stonden ze enige tijd open terwijl het al vloed was. Daardoor kwam er in de vroege ochtend een flinke golf zeewater het Noordzeekanaal in. Nadat het probleem was ontdekt, zijn de kleppen door een technische ploeg snel handmatig gesloten. Ouboter vertelt dat de coördinatie tussen Rijkswaterstaat en de Waterschappen prima is geregeld. ‘Het voelt aan als één team’, vertelt hij, ‘en dat is belangrijk wanneer er snel gehandeld moet worden.’ 
Intussen steekt hij het belang van Gemaal Zeeburg niet onder stoelen of banken: ‘Gemaal Zeeburg is super belangrijk voor Amsterdam. Zijn capaciteit is méér dan de aanvoer van alle kleinere poldergemalen van Amsterdam en Amstelland bij elkaar.’  Voor de afvoer van overtollig regenwater en voor pieksituaties is gemaal Zeeburg essentieel. Ouboter: ‘Het is prettig voor Amsterdam om op twee benen te staan wat betreft het waterbeheer (IJmuiden én Zeeburg). Technisch kan er altijd iets mis gaan met een pomp of gemaal, en dan is wel zo veilig dat er niet één maar twee grote gemalen in het Noordzeekanaalgebied staan.’ 

Miljoen liter water per minuut

Gemaal Zeeburg bestaat dit jaar alweer tachtig jaar. Het kwam gereed in 1943, dus midden in de Tweede Wereldoorlog. Voor die tijd stond er – aanvankelijk – een stoomschepradgemaal dat vanaf 1880 dienst deed en in 1912 geëlektrificeerd werd. Amsterdam had na de aanleg van het Noordzeekanaal en de Oranjesluizen bij Schellingwoude in 1872, geen eb en vloed meer. Het IJ stond immers niet meer in verbinding met de Zuiderzee. Vooral eb werd gemist: Amsterdam en Amstelland waren gewoon hun wateroverschot af te voeren als het water in het IJ laag stond. Dus Amstelland en Amsterdam (inclusief de grachten) konden hun water alleen kwijt via een gemaal. Het negentiende-eeuwse gemaal werd niet gebruikt voor verversing. Ouboter legt uit hoe dat toen werkte: ‘Voor de verversing werd water “ingetapt” uit de Zuiderzee. Aanvankelijk gebeurde dat bij vloed. Na de Afsluitdijk werd het peil in het IJsselmeer in de zomer hoog gehouden, zodat ook water kon worden “ingetapt”. In 1940 plande men de bouw van een nieuw gemaal dat, behalve uitmalen, ook water kon inmalen. Rijkswaterstaat had namelijk plannen om het zomerpeil van het IJsselmeer te verlagen, zodat “intappen” niet meer zou kunnen en een gemaal nodig zou zijn.’ 
Dit huidige Gemaal Zeeburg heeft een grote capaciteit. Er zijn drie grote schroefpompen met kokers van 3,60 meter doorsnee en 110 meter lang. Per pomp verstouwen ze 800 kubieke meter per minuut. Ze kunnen twee kanten op werken en dus ingezet worden voor zowel hoogwaterbemaling als verversing van het grachtenwater. In 1965 is er een vierde pomp bijgebouwd die 1000 kubieke meter ofwel 1 miljoen liter water per minuut kan malen. Dat is ongeveer het watervolume van een 25-meter zwembad. Deze pomp kan alleen voor de hoogwaterbemaling naar het IJmeer pompen. Door verbeterde riolering is sinds 2010 het doorspoelen van de grachten nauwelijks nog nodig. Dat vindt in principe alleen nog plaats als het zuurstofgehalte teveel daalt, maar tot op heden is dat nog niet nodig geweest. Bijkomend voordeel is dat er geen troebel, algenrijk water uit het IJmeer de grachten binnenkomt. Voor het leven in het water is dat positief. 

Sifon onder het kanaal

Bij de aanleg van het Merwedekanaal – de voorloper van het Amsterdam-Rijnkanaal – aan het eind van de negentiende eeuw, moest er iets bedacht worden om het water onder het kanaal door te krijgen om het te kunnen lozen in de Zuiderzee (later het IJsselmeer). Men construeerde een sifon met negen ijzeren kokers die onder het kanaal doorliep. Bij de opwaardering (en verbreding) van het Merwedekanaal tot Amsterdam-Rijnkanaal werd een nieuwe sifon geplaatst van drie buizen met een grotere capaciteit. Deze tweede sifon is in 2006 vervangen door een nieuwe die een meter dieper ligt. Belangrijk, omdat binnenvaartschepen steeds groter worden en een grotere diepgang hebben. 
Op de foto zie je hoe de sifon in 2006 naar zijn nieuwe ligplaats werd gevaren. Verder zijn toen ook de schuivenhuisjes waarmee de buizen kunnen worden afgesloten, gerestaureerd. Leuk is dat de leeuwen die ooit de oude sifon ‘bewaakten’ zijn teruggekeerd (als replica) en nu aan weerszijden van de schuivenhuisjes uitkijken op het kanaal. 

In 2006 werd een nieuwe sifon geplaatst in het Amsterdam-Rijnkanaal. Via de sifon kan het gemaal water spuien in het IJmeer, of water inlaten in Amsterdam

Bemaling tegen droogte en zout

Precies twintig jaar geleden, in de warme, droge zomer van 2003, speelde Gemaal Zeeburg een opmerkelijke rol. Het polderlandschap van Zuid-Holland had last van droogte, en kon niet worden voorzien van water uit de eigen boezem, omdat het zoutgehalte in de Hollandse IJssel te hoog was geworden. Iemand bedacht daarop een ingenieus plan. Waarom geen water uit het IJmeer die kant uit pompen? Zo gedacht, zo gedaan. Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht begon op dinsdag 26 augustus met het aanvoeren van zoet water vanuit het IJmeer naar het hoogheemraadschap Rijnland (Zuid-Holland). Gemaal Zeeburg pompte het water uit het IJmeer door naar het Lozingskanaal waarna het zijn weg vervolgde richting centrum. Door diverse sluizen in de grachten en de Amstel te sluiten, werd het water via de Amstel naar Zuid-Holland gedirigeerd. Dit duurde tot vrijdag 12 september 2003. Daarna hernam de Amstel zijn normale loop van zuid naar noord en Gemaal Zeeburg werd als vanouds weer ingezet bij het waterbeheer in en rond Amsterdam. 

Op de grafiek is te zien dat het Amsterdamse waterpeil in de ochtend van 2 november in Amsterdam plotseling steeg naar -13 cm NAP. Door de sluizen tussen Amsterdam en IJ te sluiten en de Amsterdamse kant en Amstelland flink te bemalen, zakte het binnen 24 uur weer naar het gewenste niveau van rond de -40 cm NAP. 

deel dit artikel: