FOTO’S: ©URSULA SCHULZ-DORNBURG/MACK 

De Duitse fotografe Ursula Schulz-Dornburg (84) werd in de jaren zestig gefascineerd door de ongedwongen sfeer van het Amsterdamse ‘Jongensland’ aan de Ooster Ringdijk. Bij een Engelse uitgeverij verscheen nu haar fotoboek over de jongetjes van toen en hun zelfgebouwde huizen. 

In de jaren vijftig en zestig lag achter aan de Ooster Ringdijk een ruig en leeg terreintje waar ’s zomers de jeugd het voor het zeggen had. Dat wil zeggen: jongetjes in de leeftijd van acht tot een jaar of veertien die van hun ouders naar Jongensland mochten. Ze konden daar van sloophout hutten, huizen en kastelen bouwen zonder dat iemand daar iets van zei. Je kwam er met een pontje over de Ringvaart en je kon er elke dag terecht, totdat de bijzondere vrijplaats in 1980 voor de aanleg van de ringweg moest wijken. Toen was het uit met de pret. Even verderop kwam daar toen Jeugdland voor in de plaats, waar het spelend bouwen met afvalhout niet langer was voorbehouden aan jongetjes. Ook het toezicht erop werd sindsdien wat meer geïntensiveerd. 
Het is de gelauwerde, Duitse fotografe Ursula Schulz-Dornburg (Berlijn, 1938) geweest die de paradijselijke vrijplaats die Jongensland ooit was nog tijdig heeft vastgelegd. Bij de Engelse kunstboekenuitgever MACK verscheen onlangs haar fraaie fotoboek Huts, Temples, Castles. Hierin heeft ze 67 foto’s uit die tijd samengebracht die laten zien waar het – althans volgens haar – om ging in dit legendarische jongetjesparadijs. Niet alleen om de stoere kleine knaapjes die zich daar elke zomer uitgelaten tussen de bomen verzamelden, maar evenzeer om de steeds fluctuerende kunstwerken die hier al improviserend ontstonden. Volgens de fotografe sprak daaruit de ultieme geest van vrijheid die ze in haar eigen land, Duitsland, zo miste.   

Collages van sloophout

Het is een interessant boek geworden voor wie, zoals ik, Jongensland nooit heeft bezocht. En wie het landje wel heeft gekend, zal nu misschien een traantje wegpinken. Want niet alleen levert de aanblik van de vele bouwwerken die op het terrein verrijzen soms bijzonder fraaie collages van vlakken en lijnen op. Ook de sfeer die eruit spreekt, is goed getroffen. Het is de tijd van Provo en happenings, en de fotografe heeft er kennelijk voor gewaakt om volwassenen in beeld te brengen. De enige vreemde wezens op de foto’s zijn wat dieren; een aantal kippen, twee geiten en een paar wollige schapen die tussen de constructies rondscharrelen. 
In de trant van de Düsseldorf School heeft de toen 31-jarige Ursula Schulz-Dornburg van de allermooiste bouwsels eerst frontaal in zwart-wit een aantal uit sloophout samengestelde gevels in beeld gebracht, met aan weerszijden een klein stukje leeg land zodat het lijkt of ze verveeld voor de fotografe poseren. Maar daarna laat ze zien dat die bouwsels ondenkbaar zouden zijn zonder hun bouwers, de tientallen jongens die Jongensland bevolken. Zij worden veel voorzichtiger in beeld gebracht dan hun gebouwen. Soms zie je ze alleen maar uit de verte of van achteren, of als ze ergens moedig over hun hutten heen lopen.  

Junkologie

In het nawoord bij het boek gaat de Engelse architectuurhistoricus Tom Wilkinson in op wat hij de Junkology van Jongensland noemt. De leer van het afval. Hij plaatst het Amsterdamse speelterrein tegen de achtergrond van de behoefte aan vrijheid die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland en elders zou zijn ontstaan en tegenover de vele saaie nieuwbouw die in die grauwe jaren verrees. Het spelen met sloophout en afval op bouwplaatsen zou ooit in Denemarken zijn ontstaan als verzet tegen de fascistische ideologie die dat land toen in zijn greep had. Ook elders in Europa ontstonden zo speelveldjes zoals Jongensland. Jongensland werd al in 1948 gesticht door een gepensioneerde Amsterdamse politieman, ‘meneer Vlaanderen’. Hij was het die royaal voor het bouwmateriaal zorgde en zelf een oogje in het zeil hield. Met zijn Jongensland zou hij een beschaafde vorm van anarchie hebben nagestreefd, waarin excessen werden voorkomen en het spelen van kinderen centraal stond. 
Vooral dat moet Ursula Schulz-Dornburg hebben aangesproken toen ze in de jaren zestig naar Amsterdam kwam. In Düsseldorf had ze eerder met jonge verslaafden gewerkt en ze was daar nogal afgeknapt op de strakke, moderne architectuur. De Duitse jeugd zou na de oorlog geen kans hebben gekregen om een persoonlijkheid te ontwikkelen, en in Jongensland zag ze hoe het anders kon. 
Op haar foto’s leven haar jongens zich dan ook vrolijk uit, met hun kinderlijke experimenten. Sommige van hun bouwsels zouden zo in het Stedelijk Museum hebben gekund. Maar ook dat zou bij de vrijgevochten jongetjes van toen natuurlijk al verdacht zijn geweest.  

Ursula Schulz-Dornburg: Huts, Temples, Castles. Uitg. MACK books, Londen. Prijs € 45,- en € 50,- (gesign.). Te koop bij o.a. Athenaeum Boekhandel, Huis Marseille en Architectura & Natura en The American Book Center. 


deel dit artikel: